Workshopomschrijvingen Big 5 congres
Hieronder vindt u de workshopomschrijvingen. Wij zullen zo spoedig mogelijk alle ontbrekende omschrijvingen op de
website te plaatsen.
Oncologie
1. Vroege herkenning en behandeling van pijn bij kanker
Sylvia Verhage, verpleegkundig specialist oncologie i.o., Jeroen Bosch Ziekenhuis, ‘s-Hertogenbosch
Onderzoek laat zien dat pijn is een veelvoorkomend probleem is bij kanker. Matige tot ernstige pijn komt voor bij 30-40% van de patiënten met kanker ten tijde van de diagnose, bij 40-70% van de patiënten tijdens de behandeling en bij 70-90% in een vergevorderd of terminaal stadium. In meer dan de helft van de gevallen is er sprake van meer soorten pijn.
Pijn is een persoonlijke ervaring. “ Pijn is dat wat de patient die pijn heeft, zegt dat het is en treedt op als de patient zegt dat deze optreedt “. Alleen de patiënt kan aangeven of en hoeveel pijn hij heeft.
Ondanks dat blijkt in de dagelijkse praktijk vaak een onderrapportage van pijnklachten door onvoldoende kennis en aandacht van hulpverleners en door weerstand bij patiënten om pijn te melden. Daarnaast vraagt pijn, door zijn complexiteit, om een gestructureerde en multidisciplinaire aanpak waarbij de rol van de verpleegkundige extra aandacht behoeft.Tijdens deze workshop worden onderwerpen als vroege herkenning en behandeling van pijn op een interactieve wijze besproken.
2. Urologische tumoren
Cobi Reisman MD, PhD, uroloog, Amstelland Hospital, Amstelveen
Kwaadaardige tumoren van de urinewegen en geslachtsorganen komen veel voor. De bekendste is prostaatcarcinoom, dat met name bij de wat oudere man voorkomt. Maar ook gezwellen van de nieren, de blaas en teelballen komen frequent voor. Het aantal behandelingsmogelijkheden is de laatste jaren enorm toegenomen. Voor sommige tumoren is behandeling met een kijkoperatie een voldoende behandeling, terwijl anderen een grotere chirurgische behandeling behoeven. Een multidisciplinaire benadering is vaak nodig. Tijdens de workshop worden de symptomatologie, detectie en behandelingsmogelijkheden van de meest voorkomende urologische tumoren besproken. Aandacht wordt gegeven aan prostaatcarcinoom screening, mogelijk preventie en risicofactoren van urologische tumoren.
3. Psychosociale klachten bij kanker
Drs. Margot E. Remie, psycholoog, hoofd Therapie, de Vruchtenburg, Rotterdam
Dr. Marjolein A. van der Pol, procesbegeleider richtlijn ‘Detecteren behoefte psychosociale zorg’, Vereniging van Integrale Kankercentra
Psychosociale problemen komen veel voor na de behandeling van kanker. Zo’n 25 % van de patiënten heeft substantiële problemen die zorg en aandacht behoeven. Veel voorkomende klachten zijn o.a. angst, depressie, problemen in de relatie/gezin en bij werkhervatting. Uit onderzoek blijkt dat deze problemen vaak niet herkend worden en dat patiënten hiermee blijven rondlopen. Daarom is in 2009 een landelijke richtlijn ‘Detecteren behoefte psychosociale zorg’ opgesteld. Hierin wordt een instrument, de Lastmeter, aanbevolen voor het systematisch signaleren van klachten. Als huisarts heeft u na afloop van deze workshop inzicht in de meest voorkomende klachten, de mogelijkheden van het toepassen van de Lastmeter in de praktijk, de behandeling- en verwijsmogelijkheden en wat u als huisarts zelf kunt doen. De workshop is interactief van opzet, er is ruimte voor inbreng van eigen casuïstiek of vragen.
4. Preventie: Stoppen met Roken
Dr.Ir. Dewi Segaar, Sr. Projectleider Stoppen met Roken, Stivoro, Den Haag
Een goede advisering en begeleiding bij stoppen met roken vergroot de kans dat iemand stopt met roken aanzienlijk. De ondersteuning die u, als zorgverlener, biedt bij het stoppen met roken is van belang. Recente ontwikkelingen en nieuwe inzichten helpen om de advisering en begeleiding bij stoppen met roken op professionele wijze vorm te geven. De geactualiseerde richtlijn Behandeling van Tabaksverslaving, de Zorgmodule Stoppen met Roken en de stapsgewijze stopondersteuning STIMEDIC Stoppen met roken bieden daarvoor veel aanknopingspunten. De workshop geeft een praktische leidraad en tips voor het geven van professionele ondersteuning bij stoppen met roken
Depressie
6. Nieuwe ontwikkelingen in de behandeling van depressie
Dr. Frenk P.M.L. Peeters, psychiater, Maastricht Universitair Medisch Centrum
De depressieve stoornis blijkt een uitermate veel voorkomend psychisch probleem waarvoor zeer uiteenlopende behandelingsvormen effectief blijken. In deze workshop zal worden ingegaan op actuele psychotherapeutische en pharmacotherapeutische mogelijkheden en hun indicatiegebieden. Tevens wordt er aandacht geschonken aan nieuwe ontwikkelingen zoals transcraniële magnetische stimulatie en deep brain stimulation.
7. Depressie en diabetes
Dr. J. Spijker, psychiater/A-opleider van de opleiding West van de Gelderse Roos
Eén op de zes mensen met diabetes heeft last van depressieve klachten – dat is twee keer zoveel als gemiddeld. Omgerekend gaat het om ruim honderdduizend Nederlanders. Slechts een deel daarvan wordt daadwerkelijk herkend binnen de diabeteszorg. En juist dat maakt het extra zorgelijk, want mensen met deze dubbele ziektelast hebben een grotere kans op slechtere glucosewaarden. Het gevolg: lichamelijke complicaties en een sterk verminderde kwaliteit van leven. In de workshop wordt ingegaan op deze comorbiditeit, de gevolgen daarvan en wat de mogelijkheden zijn voor behandeling.
8. Bijwerkingen van antidepressiva
Prof. dr Anton A.J.L.M. van Balkom, Psychiater, Opleider en hoogleraar psychiatrie VUmc en GGZ in Geest
In deze workshop zal op praktische wijze in worden gegaan op het vóórkomen van bijwerkingen van frequent voorgeschreven antidepressiva op korte en lange termijn. Op interactieve wijze wordt met deelnemers besproken over welke bijwerkingen patiënten moeten worden ingelicht.Voorlichtingsmateriaal over werking en bijwerkingen van antidepressiva komt eveneens aan bod.Daarnaast zal worden ingegaan op interventies die kunnenworden uitgevoerd om bijwerkingen te bestrijden.
10. Pijn en depressie in de huisartsenpraktijk
Dr. Jack H.B. Engels, psychiater, Atrium MC, Kerkrade
Pijn en depressie zijn hecht met elkaar verbonden; miskenning vanuit de psychiatrie en de algemene geneeskunde heeft grote consequenties voor herkenning en behandeling. Nieuwe epidemiologische, diagnostische en – interessante – neurobiologische inzichten kunnen ons helpen om op de werkvloer beter met deze lastige problematiek om te gaan, met de hoop en verwachting onze patiënten beter van dienst te kunnen zijn.
Diabetes
11. Veilig het Krugerpark door! Hoe voorkom je dat je als hoogrisicopatient wordt aangevallen door de Big5?
Dr. Paul Bouter, internist-endocrinoloog, Jeroen Bosch Ziekenhuis Den Bosch
De cardiometabole hoog risico patiënt wordt aangevallen door 5 zwaarwegende aandoeningen; hypercholesterolemie,hypertensie,diabetes, obesitas en stollings problemen. Het is voor de behandelaar zeer belangrijk om te zorgen dat hij/zij samen met de patiënt effectief en veilig omgaat met deze aanval van de BIG FIVE. Maar wat moet u als behandelaar eerst aanpakken?Waar zit het grootste gevaar? Hoe zorg je voor optimale veiligheid van uw patiënt? De workshop Veilig het Krugerpark door! Hoe voorkom je dat je als hoogrisicopatiënt wordt aangevallen door de Big5 gaat hier op in
12. Nieuw inzichten en mogelijkheden bij de behandeling van type 2 diabetes, Synergie tussen een gevestigde en nieuwe orde?
Adriaan Kooy, MD PhD MSc internist of Vascular Medicine, Endocrinology and Diabetology Chair Bethesda Diabetes Research Center
Metformine is de hoeksteen bij de medicamenteuze behandeling van type 2 diabetes, deels via de glucoseregulatie, maar ook deels via andere intrinsieke (vasculaire) aangrijpingspunten. Anno 2009 en 2010 verschijnen nog steeds nieuwe onderzoeksresultaten, o.a. via de Nederlandse HOME-studie, die de meerwaarde en het werkingsmechanisme van metformine helpen ontrafelen.
Maar ‘who is next’, als monotherapie metformine terkortschiet?
SU-derivaten en in mindere mate thiazolidinedionen vinden dan nog hun toepassing via de geldende richtlijnen. Innovatieve ontwikkelingen tonen echter veelbelovende resultaten met nieuwe middelen die aangrijpen op het incretinesysteem, dat gestoord is bij type 2 diabetes. Correctieve modulatie van dat systeem herstelt die storing. Via een herstel van het incretine-effect ontstaat een fysiologische behandeling die glucoseafhankelijk is en gewichtstoename tegengaat. Dat bieden GLP-1 receptor agonisten en DPP-4 remmers, twee nieuwe klassen, vooral effectief samen met metformine.
In deze workshop zal Dr. Adriaan Kooy, internist-diabetoloog in het Bethesda Diabetes Centrum te Hoogeveen, en hoofdonderzoeker van de HOME-studie, de nieuwste inzichten bespreken rond de meerwaarde van metformine in uw dagelijkse praktijk. De veelbelovende resultaten van de nieuwe middelen komen aan de orde, gestoeld op nieuwe onderzoeksresultaten. Kritisch wordt gekeken naar een synergetische plaatsbepaling van ‘oud’ (metformine) en ‘nieuw’ (incretinemodulatie), met oog voor actuele en nieuwe richtlijnen.
13. Spuiten of Slikken: de medicamenteuze behandeling van de obese diabetespatient.
Prof.dr. Fred Storms, internist-diabetoloog, Mesos Diabetes Centrum Utrecht
Voor mensen met diabetes en overgewicht die met tabletten niet meer goed te regelen zijn, en waarbij lifestyle interventies niet meer succesvol zijn, is de volgende stap om over te gaan op injectietherapie. Tot voor kort was de enige mogelijkheid om met insuline te starten, volgens de standaard voor het slapen gaan NPH insuline met het voortzetten van de orale medicatie. Daar is nu een andere mogelijkheid bijgekomen namelijk het injecteren van een GLP1 analoog, met bewezen de zelfde effectiviteit als NPH insuline of een langwerkende insuline analoog. Het voordeel van de GLP1 analogen is dat het gewicht wordt gereduceerd in tegenstelling tot de insuline die meestal tot gewichtstijging leidt. Daar staat tegenover dat deze middelen, met name in de eerste weken, maagdarmbijwerkingen hebben. Tijdens de lezing zal uitgebreid worden ingegaan op de studies die met de GLP1 analogen gedaan zijn waarbij de voor- en nadelen voor het voetlicht zullen worden gebracht. In Nederland is door de autoriteiten beslist dat de vergoeding voor de GLP1 analogen beperkt is. Ook op deze beperkingen en hoe ermee om te gaan zal worden ingegaan.
15. Nieuwe mogelijkheden van de glucosemeter
Dhr. M. Metselaar
Het is een reis van het verleden naar de nabije toekomst langs technische ontwikkelingen die een verrassende bijdrage kunnen leveren aan een betere glucose regulatie,
1.Trends: Verleden, Heden en Toekomst.
2. En de glucose meetstrip dan? Hoe ontwikkelt die zich?
3. Prikken? Meten?.Het resultaat: Wat kan je er eigenlijk echt mee?
4. Betrouwbare meetresultaten: Het dagboekje en de meter.
5. Inzicht door overzicht. Het electronisch dagboekje en uw zorgketen.
Elk deel wordt afgesloten met een korte interactieve sessie.
Astma/COPD
17. Inhalatietechnieken: welke devices zijn er?
Dr. J.C.C.M. in 't Veen, longarts, Sint Franciscus Gasthuis
Er is een grote hoeveelheid inhalatiemedicamenten, met bijna evenveel soorten inhalatoren. Al deze inhalatoren hebben verschillend karakteristieken waardoor de keuze voor het device mede bepalend is voor het welslagen van de behandeling. In deze workshop zal ingegaan worden op de voor- en nadelen van de diverse typen inhalatoren zodat een rationele keuze te maken is voor de individuele patiënt.
18. Patientenbespreking met de longarts
Dr. C.F. Melissant, longarts Spaarneziekenhuis Hoofddorp
Deze workshop is bedoeld aan de hand van diverse casuistiek verschillende aspecten van de longziekten de revue te laten passeren; met name ook is er aandacht voor wanneer, wie, wat doet. Bijzonder op prijs wordt het gesteld, indien de cursist zelf casuistiek inbrengt, die op dat moment ad hoc kan worden besproken.
20. Luchtweginfecties en pneumonie
Dr. J.C.C.M. in 't Veen, Sint Franciscus Gasthuis
Luchtweginfecties spelen een belangrijke rol bij exacerbaties COPD. Maar ook zonder COPD kan een luchtweginfectie heftig verlopen. Zo verloopt 5-10% van de longontstekingen zodanig dat een ziekenhuis opname noodzakelijk is. Daarbij wordt resistentie van micro-organismen voor antibiotica bij de behandeling een steeds groter probleem. In deze workshop gaan we in discussie over de behandeling van luchtweginfecties, waarbij het streven is om te komen tot optimalisatie, niet maximalisatie.
24.
Klinische innovatie in de behandeling van hypertensie
Dr. Jan Danser, Erasmus MC Rotterdam
Recent zijn nieuwe antihypertensiva, de renine remmers, beschikbaar gekomen. De vraag is of deze middelen het beter doen dan de ACE remmers en de angiotensine receptor antagonisten. Een belangrijk punt is ook of er effecten te verwachten zijn die verder gaan dan het bloeddrukverlagende effect: voorkomen de nieuwe middelen de schade die optreedt in bijvoorbeeld hart, nieren en ogen als gevolg van neurohumorale activatie, los van de verhoogde bloeddruk? De workshop gaat in op het werkingsmechanisme van de nieuwe middelen. Voor welke patiënt zijn ze vooral geschikt? Ook aspecten als veiligheid (bijwerkingen) en therapietrouw zullen aan de orde komen. Tenslotte zal kort besproken worden wat de toekomst ons nog kan brengen aan nieuwe middelen om tot nog betere behandeling te komen.
Algemeen
26. Osteoporose: zorg in de huisartenpraktijk
Drs. A. Boermans, huisarts
In deze workshop zal de focus liggen op structuur aanbrengen in de zorg voor de osteoporose patiënt en hoe men omgaat met osteoporose in de dagelijkse praktijk. Zonder structuur blijft deze zorg erg gericht op mensen met klachten van osteoporose, met name botbreuken en pijnklachten. In de preventieve geneeskunde ligt het accent op het opsporen en begeleiden van mensen met een hoog risico op de aandoening. Dit is bij een veelkomende aandoening als osteoporose nog niet het geval.
27. De patient als klant
Dhr. J. Nouwen, consultant CDO Opleiding en Advies, Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Voor huisartsen, huisartsen in dienst van een huisarts, startende huisartsen, apotheekhoudende huisartsen, praktijkondersteuners, praktijkverpleegkundigen, doktersassistenten en praktijkmanagers.
Patiënten worden steeds mondiger, dit maakt het werk van zorgverleners niet altijd eenvoudiger. Tevredenheid van klanten is voor steeds meer bedrijven maatgevend voor het dienstverleningsproces. Veel hotels bijvoorbeeld kennen een tevredenheidonderzoek bij het uitchecken. Is dit ook de toekomst voor de huisartsenpraktijk? Gaan we over vijf jaar na ieder contact ons ervan vergewissen dat de klant de spreekkamer tevreden heeft verlaten? Gaan we in de avonduren onze patiënten laten bellen door een onderzoeksbureau? Het streven naar tevreden patiënten wordt nadrukkelijk gestimuleerd binnen het NHG praktijkaccreditatie traject. Hoe kunnen we onze patiënten blijven binden aan de praktijk? In deze workshop wordt stil gestaan bij aspecten van klanttevredenheid. Mogelijkheden voor praktische implementatie worden toegelicht aan de hand van praktijkvoorbeelden.
29. Inzicht in samenwerking
Dhr. J. Nouwen, consultant CDO Opleiding en Advies, Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Samenwerken in de huisartsenpraktijk wordt als vanzelfsprekend ervaren. Maar wat is goede samenwerking? Hoe maak je de kwaliteit van samenwerking inzichtelijk om deze te kunnen verbeteren? Aan de hand van een specifiek voor de huisartsenzorg ontwikkeld meetinstrument worden de verschillende dimensies van samenwerking toegelicht en gedemonstreerd hoe inzicht in samenwerking de kwaliteit van de zorgverlening kan verbeteren.
30. Van jaarverslag tot beleidsplan
Dhr. H. Odolphy, consultant
Iedere zorgverlener heeft wel eens een jaarverslag geschreven. Vaak wordt dit gezien als een noodzakelijk kwaad, van buiten opgelegd. De toepassing van het jaarverslag kenmerkt zich vaak door het afleggen van verantwoording over productie en resultaten over het afgelopen jaar. De management cyclus is hierin vaak onvoldoende herkenbaar. Hierdoor is de input voor het beleidsplan beperkt. Het toepassen van een cyclisch evaluatiemodel biedt mogelijkheden voor het sturen op effectiviteit en doelmatigheid in de zorgverlening.